geschiedenis

KRONIEK VAN DE BEIAARD IN DE CATHARINA-TOREN VAN GOEDEREEDE

 

Een stukje geschiedenis

Iedereen die wel eens door Goedereede heeft gewandeld, weet dat het een prachtig historisch stadje is. Overigens met recht historisch: in 1312 verwerft Goedereede haar marktrecht van Geeraert, heere van Voorne en burgh-graef van Zeeland. "Alle die Westvoorne ter zee varen, die moeten soecken haer markt ter Goeree: die dat niet en dade, hij verbeurde xxx scellingen".

In 1477 bevestigt Maria van Bourgondië uitdrukkelijk alle keuren van de al in 1428 ommuurde stad.

Tijdens de grote stadsbrand in Goedereede in 1482 ging de oude “Katharinakerk” verloren. De klokken zijn toen hoog uit de toren naar beneden gevallen. Ze zijn toen waarschijnlijk opgeslagen in afwachting van ……?

In 1512 verrijst naast een nieuwe kerk ook een nieuwe gigantische toren, die het hele plaatsje ook nu nog domineert en als een machtige vuist drukt op de monumentale straatjes en verstilde haven van Goedereede.

Een toren die niet alleen vanaf 1512 zichtbaar is maar ook, in ieder geval sinds 1519, hoorbaar. In 1519 wordt bij de beroemde klok- en geschutsgieter Joris Waghevens in de Belgische stad Mechelen een grote klok besteld. Deze klok draagt het randschrift "Est mea vox grata, quia sum Maria vocate et Georgius Waghevens Mefecit Anno Domini MCCCCCXVIII (Mijn stem is lieflijk, daarom ben ik Maria genaamd. En George Waghevens maakte mij in het jaar onzes Heeren 1519.) Deze klok met een toonhoogte es1. Deze Maria-klok is waarschijnlijk gegoten uit het brons van de oudere klokken die na de brand opgeslagen werden. En lieflijk klinkt ze, ondanks haar ruim 1600 kilo!

In bijlage 1 zijn nadere bijzonderheden van deze Mariaklok opgenomen

 

In 1647 krijgt ze gezelschap van de kleinere ‘klipklokke’. Deze klok met een toonhoogte d², een diameter van 66 cm en een gewicht van 168 kg draagt de volgende tekst in de letterrand rondom: Soli Deo Gloria Cornelis Ouderogge me fecit en D.I.O. Rotterdam 1647. Vertaald: Aan God alleen de eer. Cornelis van Ouderogge maakte mij en D(irck) I(ansz) O(uderogge) te Rotterdam in 1647.

 

Bij deze kleine klok spreekt men niet van luiden, maar van kleppen. In het Goerees: de klokke klipt.

Dat kleppen gebeurde om 8 en 12 uur. Heel lang geleden ook ’s avonds om 8 uur. De landarbeiders in de polder wisten dat het tijd was voor de eerste schaft. ’s Middags wisten de moeders dat het eten klaar moest staan: de school ging uit. De ambachtslieden spoedden zich naar huis voor de warme prak. Dat kleppen gebeurde uiteraard met de hand. Een touw hing vanaf de klokkezolder tot op manshoogte van de grond. Een oudere schoenmaker die altijd in het dorp was, zorgde voor het kleppen. Hij zorgde ook dat de klok bij de tijd bleef. Wat die tijd betreft: de kleine klok slaat tegenwoordig kwart over het uur één keer en half voor het uur de slagen van het hele uur. De grote klok slaat kwart vóór het uur eenmaal en op het volle uur het aantal keren dat het uur aangeeft.

 

Samen maken ze heel wat mee: lief en leed, rouw en trouw. Ze bepalen en accentueren voor velen het levensritme. Tot de oorlogsjaren 1943 – 1945.

In de Tweede Wereldoorlog worden veel klokken uit de torens gehaald en naar Duitsland getransporteerd om daar tot kanonnen en munitie te worden omgesmolten. Zo wordt ook de Mariaklok op 21 april 1943 onder nummer C- 11/43 per schip afgevoerd met bestemming Duitsland. De bemanning heeft dit vrachtschip op het IJsselmeer moedwillig laten zinken om de klokken te redden van de smeltovens!

Na de oorlog zijn de klokken weer boven water gehaald. Ze zijn naar Groningen vervoerd en daar schoongemaakt. Eind 1945 is de Mariaklok weer op haar oude plaats in de toren van Goedereede teruggekeerd.

 

Sinds augustus 2014 is er een oud luidklokje bij gekomen. Dit klokje is gegoten door: HENRICK WEGEWART ME FECIT 1604. Deze klok heeft een kroon en hangt aan een originele eikenhouten luidbalk. In de luidbalk is een ijzerenluidas die verstevigd is met een gesmeed ijzerstrip. Het gewicht is ongeveer 20 kg. Het klokje lag op de zolder van het "Raad en Polderhuis" in Ouddorp. Waar het oorspronkelijk dienst heeft gedaan is tot op heden onbekend, maar het zou mogelijk zijn dat het klokje in een torentje (17e eeuw) van het Gemeente huis in Ouddorp heeft heeft gehangen.

Bij nader onderzoek blijkt, in "Blijvend Gedenken" van D. Hoogzand dat dit klokje in het oude raadhuis van Goedereede heeft gehangen en lag verborgen in het "nieuwe Raadhuis" van Goedereede. Het klokje is tijdens de Tweede wereld oorlog of net daarna in de toren van Goedereede opgehangen, en waarschijnlijk na het terug plaatsen van de twee oude klokken eruit gehaald en terecht gekomen in het "Raad en Polderhuis" in Ouddorp.

 

Van initiatief tot werkelijkheid

In 1972 wordt binnen de Goereese bevolking het initiatief geboren om te komen tot plaatsing van een carillon in de toren. De Raad van de gemeente Goedereede wijst dit voorstel af. Maar ook hier gaat het spreekwoord op “de aanhouder wint”. De initiatiefnemers, verenigd in de Stichting Goereese Gemeenschap, besluiten een enquête te houden onder de Goereese bevolking. Tijdens deze in 1973 gehouden enquête blijkt de overgrote meerderheid van de Goereese bevolking voorstander te zijn van plaatsing van een carillon.

 

Juist ook in deze periode wordt de bijna 500 jaar oude toren ingrijpend gerestaureerd.

De toren van Goedereede is eeuwenlang een lichttoren geweest met een vuurbaak-functie voor de zeevarenden voor de kust van Goeree. De torenwachters hadden in de toren hun verblijf op de ‘wachterszolder’. Deze ruimte moest hen beschutting bieden tegen weer en wind. Daartoe had men eeuwen geleden de vensteropeningen dichtgemaakt.

Omdat de toren zijn functie van lichtbaken inmiddels heeft verloren wordt tijdens deze restauratie de eeuwenoude ‘wachterszolder’ verwijderd en worden de oorspronkelijke openingen weer zichtbaar gemaakt. Door het verwijderen van de wachterszolder krijgt de klokkekamer weer zijn oorspronkelijke hoogte.

Daarbij is men als volgt te werk gegaan.

De houten vloer van de klokkekamer wordt met lood bekleed. In de vloer worden waterafvoeren gemaakt zodat het regen- en sneeuwwater via een afvoerleiding door de 180 cm. dikke muur naar buiten kan worden getransporteerd.

Om te voorkomen dat de vogels kunnen binnenvliegen in de klokkekamer worden de galmopeningen afgeschermd door een buizenframe dat bespannen is met vissersnetten. Belangrijk gegeven is dat er door het verhogen van de klokkekamer ruimte ontstaat voor het plaatsen van een carillon!

 

Om dit carillon te realiseren wordt op 27 november 1974 de ‘Stichting Carillon Goeree’ opgericht. De stichting zal gelden bijeen moeten brengen om de gemeente ervan te overtuigen dat het initiatief gestoeld is op realistische plannen.

Het bestuur is van mening dat nu gebruik moet worden gemaakt van de restauratiewerkzaamheden. Het bestuur treedt in overleg met de Rijksgebouwendienst en wordt vanuit die dienst geadviseerd door de hoofdarchitect ir. Bezemer.

 

Een obligatieverkoop brengt de eerste substantiële fondsen binnen. Intussen worden de plannen concreter uitgewerkt: het zal gaan om een carillon van 37 klokken. Om de fondsenwerving in de versnelling te brengen wordt in het najaar 1976 een klokkenverkoopactie gestart onder instellingen, bedrijven en particulieren. Binnen enkele maanden zijn alle klokken verkocht! Het College van B&W zegt nu de nodige medewerking toe. Maar in de Raad komt het voorstel van het College met de hakken over de sloot: met een stemverhouding van 7 vóór en 6 tegen wordt de realisatie van het nieuwe carillon mogelijk gemaakt.

 

In 1977 geeft de Gemeente Goedereede in overleg met de Stichting Carillon Goeree aan Eijsbouts BV, Koninklijke Klokkengieterijen te Asten (N.Br.) de opdracht het carillon te bouwen.

Het wordt een carillon van 37 klokken op basis van C 2. De grootste klok heeft een gewicht van 263 kg. En een diameter van 774 mm. De kleinste weegt 11 kg. en heeft een diameter van 195 mm. Het totaalgewicht van de klokken is 1789 kg.

Op 5 januari 1978 worden de klokken in Asten gegoten. Het keuren van de klokken gebeurt door de heer Jaap van den Ende, beiaardier te Dordrecht die voor de stichting als adviseur optreedt. Onder zijn leiding vindt de montage van het carillon in de toren plaats.

Op 24 juni 1978 wordt de kroon op het werk gezet. H.K.H. Prinses Beatrix ‘opent’ in aanwezigheid van Z.K.H. Prins Claus het carillon met een symbolische handeling: het aanslaan van de grote luidklok.

 

In de bijlage 2 is een overzicht opgenomen van de 37 klokken van het carillon anno 1978.

 

In het najaar 1978 wordt de heer Jan Bezuijen uit Ouddorp benoemd tot stadsbeiaardier van Goedereede. Hij zal al het wel en wee van deze beiaard tot op heden meemaken!

 

De uitbreiding van de beiaard

 

Goedereede is sinds 1978 alleen maar mooier geworden: tal van restauraties zijn uitgevoerd en duizenden toeristen genieten van de unieke sfeer in dit beschermde stadsgezicht. Een sfeer die mede bepaald wordt door de klanken van de beiaard die over de daken worden uitgestrooid. Na het vele werk aan het realiseren van de nieuwe beiaard is het goed luisteren.

Dit gebeurt op prachtige zonnige zomerdagen, maar ook in weer en wind van de vaak gure herfst- en winterdagen. Om van de constante inwerking van de zilte zeelucht nog maar niet te spreken. De tand des tijds vreet ook aan dit instrument. Weer en wind blijken een hardnekkige tegenstander te zijn.

 

Enkele jaren na de restauratie in de 70-er jaren van de vorige eeuw constateert men roestvorming aan de niet behandelde ijzeren constructie en aan de ophangconstructie, het automatisch speelwerk en de bevestiging van de klepels. Daarom wordt gewapende folie vóór de galmopeningen gespannen om regen, sneeuw en de zoute zeewind uit de klokkekamer te weren. Ook worden de ijzeren delen een aantal malen geschilderd. Ondanks deze maatregelen blijft de roest steeds weer terug komen.

In 1993 slaat de bliksem in de toren in. De elektromagnetische hamers van het speelwerk raken daarbij zodanig beschadigd dat het geheel aangepast moest worden.

 

Op initiatief van stadsbeiaardier Jan Bezuijen wordt in 1994 een nieuwe stichting opgericht: de Stichting Vrienden van de Goereese Beiaard.

Bij hen bestaat de behoefte om datgene wat in 1978 tot stand was gebracht goed te onderhouden en zo mogelijk te vervolmaken. Gebleken is immers dat de omvang van de beiaard uit 1978 toch te beperkt is om er alle muziek op te kunnen spelen. Door de beiaard met 13 klokken uit te breiden zou deze een volwaardig instrument worden, een van de mooiste van Nederland.

 

Ook nu weer geldt: de aanhouder wint! Het actieve stichtingsbestuur slaagt er opnieuw in velen te enthousiasmeren voor deze uitbreiding van de beiaard. Maar eerst moet groot onderhoud gedaan worden aan het bestaande instrument.

In een brief van 6 januari 1998 aan het College van B&W luidt de stadsbeiaardier de noodklok:

“Het instrument heeft in de loop der jaren verscheidene technische mankementen gekregen.

Meestentijds kon ik die zelf repareren, maar de laatste jaren zijn ze van dien aard dat ze ook voor het publiek hoorbaar geworden zijn en door mij niet meer te verhelpen zijn.

Ik zal u een aantal knelpunten beschrijven in de hoop u hiermee van de urgentie voor een spoedig herstel te overtuigen.

De ijzeren ophangconstructie in de houten stoel is in zijn geheel gaan roesten, de verf is eraf gesprongen en de roest breidt zich steeds verder uit. Ingrijpen is hier dringend gewenst.

De klokken die aan deze balken hangen worden door roestende bouten waarmee zeopgehangen zijn door uitzetten van het ijzer bedreigd.

De hefboomconstructie is stroef geworden en de ogen zijn op sommige plaatsen bijna doorgesleten.

De klepels van de klokken zijn afgeplat, zodat een harde ongenuanceerde toon het klankresultaat is. Daarbij komt nog dat de klepelogen bijna doorgetrokken zijn. Doordat de draden niet goed geleid worden, ontstaan er in de cabine veel erg hinderlijke bijgeluiden. Bovendien heeft dit draadbreuk tot gevolg.

De bedrading is versleten en op veel plaatsen al provisorisch gerepareerd. Doordat de klokkenstoel 25 mm is verzakt in de met lood beklede vloer raken de pijpen van de waterkering de zinken plaat, zodat afstellen niet meer mogelijk is. Tevens is door het verzakken lekkage ontstaan, zodat er bij zware regenval water naar de eronder gelegen zolder druipt met alle gevolgen ervan voor de toestand van de gebinten van de toren. Als er niet bijtijds ingegrepen wordt, zal zwam het gevolg zijn.

Het elektromagnetisch speelwerk is door blikseminslag zodanig beschadigd dat de automatisch gestuurde melodieën niet of nauwelijks meer te volgen zijn. Ik krijg regelmatig klachten van de bevolking over dit euvel. De firma Eijsbouts, die voor het onderhoud zorgt, kan dit niet meer op een eenvoudige wijze repareren. De ijzeren constructie van de magneethamers heeft door de tand des tijds zoveel roest opgelopen, dat het afspelen op repeteersnelheid niet meer mogelijk is. De relais zijn dermate aangetast, mede door de blikseminslag, dat een aantal niet meer kan functioneren. Het geheel is ontregeld en is daardoor de bevolking een ongenoegen. De ijzeren schroeven van de kunststof contactdozen zijn in de loop der jaren onder invloed van de zoute zeelucht gebarsten. De elektrische bedrading ligt nu blootgesteld aan allerlei weersinvloeden. Verscheidene draden liggen zelfs bloot (ontmanteld). U kunt zich voorstellen dat dit alles bij elkaar een onveilige situatie oplevert. In het verleden heb ik alle reparaties zelf verricht, maar nu zijn de gebreken zo omvangrijk en problematisch geworden dat ik ze zelf niet meer kan oplossen.

Ik moet opmerken dat het instrument in de afgelopen twintig jaar geen grote onderhoudsbeurt gekregen heeft, omdat alle kleine gebreken of door mij of door een monteur van de firma Eijsbouts verholpen zijn.

Het zal u duidelijk zijn dat het carillon dringend aan restauratie toe is.

Als enig "volwaardig" carillon op ons eiland verdient het een goede conditie, mede gelet op de belangstelling van de bevolking en de recreanten die in groten getale de toren beklimmen en een bezoek brengen aan het instrument.”

Tot zover Jan Bezuijen.

 

De stichting Vrienden van de Goereese Beiaard besluit in samenspraak met de Gemeente Goedereede en de Rijksgebouwendienst (RGD) het geheel grondig aan te pakken en daarbij ook een uitbreiding van de beiaard te realiseren.

De gemeente Goedereede neemt als eigenaar van de beiaard haar verantwoordelijkheid. In overleg met adviseur Jaap van den Ende en de Stichting Vrienden van de Goereese Beiaard wordt besloten tot een grondige restauratie van de beiaard, het bouwen van een nieuw speeltafel en tot uitbreiding van de beiaard met 13 klokken! Ook deze opdracht wordt verstrekt aan Koninklijke Eijsbouts te Asten.

Omdat de klokkestoel op een verhoogde vloer staat en de drukpunten niet ondersteund worden, geeft de RGD opdracht de loden vloerbedekking te vernieuwen. De klokken worden uit de stoel gehaald en een zolder lager in de toren opgeslagen. Vervolgens wordt de klokkestoel vrij van de grond gezet en worden de drukpunten op de zware balkconstructie uitgevuld.. De vloer wordt van nieuw lood voorzien, inclusief luchtpijpjes om te kunnen ‘ademen’.

De stichting slaagt er in de gelden bijeen te brengen voor de uitbreiding van de beiaard met 13 klokken. Die krijgen samen met de 37 klokken uit 1977 in 1999 hun plaats in de klokkestoel. Daarmee is de beiaard van Goedereede een volwaardig instrument met 50 klokken!

 

Op 24 juni 1999 wordt de geheel vernieuwde beiaard in gebruik gesteld door de Commissaris van de Koningin in Zuid-Holland, mevrouw Leemhuis-Stout en de burgemeester van Goedereede, C. Sinke.

 

Bijlage 3 bevat bijzonderheden over de klokken waarmee de beiaard in 1999 is uitgebreid.

 

De voltooiing van de beiaard

De Goereese beiaard wordt door kenners alom geroemd. Om de kwaliteit en de klankkleur van de klokken en om de nieuwe speeltafel die het de beiaardier mogelijk maakt zeer dynamisch te spelen. En toch blijven er nog wensen……… De grote wens van beiaardier Bezuijen is de vervolmaking van de beiaard met 2 klokken: een grote c 1 klok en een es 1klok.

Er is weinig uitzicht op de realisatie van deze wens. Het gaat immers om een forse investering in klokken en een daarmee gepaard gaande aanpassing van de klokkestoel. En dat in een periode van economische crisis.

En dan komt in 2009 onverwacht het bericht dat Jan van Oord, oprichter van het gelijknamige weg- en waterbouwbedrijf, aan de gemeenschap van Goedereede een geschenk wil aanbieden. Na enig overleg met het bestuur van de Stichting Goereese Gemeenschap besluit Van Oord tot het schenken van een c 1klok!!

Het College van B&W van de gemeente Goedereede is zo enthousiast over deze gulle geste dat het besluit tot het voltooien van de beiaard met een Es 1klok. Dit alles ook in verband met het naderende 500-jarig bestaan van de toren en het 700 jarig bestaan van de stad Goedereede.

Opnieuw kan gebruik worden gemaakt van het feit dat de toren voor een ingrijpende restauratie in de steigers staat.

 

 

Op 24 februari 2010 wordt in Asten de C 1 klok gegoten. Het randschrift heeft de volgende tekst: SOLI DEO GLORIA

 

In 1943 begon Jan van Oord (*Werkendam, 1922) op ’t Flaauwe Werk te Ouddorp zijn waterbouwkundige loopbaan.

19 augustus 1948 trouwde hij met Korneliske Damminga (*Ezinge, 1923).

In dankbaarheid voor deze gebeurtenissen schonken zij mij.

Anno Domini 2010

 

Eind maart 2010 wordt de Es 1 klok gegoten in opdracht van de Gemeente Goedereede. Het randschrift heeft de volgende tekst:

 

Geschenk van het gemeente bestuur aan de stad Goedereede, januari 2010

 

Met de komst van deze klokken is de Goereese beiaard een zgn. transponerend instrument geworden:

 

de C 1 klok is aangesloten op de G toets van het pedaal en de Es 1 is als Bes toets op pedaal aangesloten. De F1 klok is de laagste van het manuaal.

 

Bijlage 4 bevat een overzicht van de klokken van de beiaard anno 2010 met hun randschriften

 

Bronnen:

- archieven van de Stichting Carillon Goeree en van de Stichting Vrienden van de Goereese Beiaard.

- Teksten van Jan Bezuijen te Ouddorp en André Kastelein te Goedereede.

 

Jan van der Ligt

11 maart 2010